Op 26 maart 2000 heb ik deze radio gekocht. Hij maakte onderdeel uit van een partijtje waarvan o.a. ook de Philips
752A, BX300U, LX422A, de Ekco AC86, en de Philco 42-355 deel uitmaakten. Het is een radio met een typische vormgeving,
die je moet aanspreken. Het grappige is dat de radio is gemaakt door "British Vacuum Cleaner & Engineering
Co. Ltd.". Blijkbaar probeerde dat bedrijf eenmalig een nieuwe markt uit, want andere radio's van dat merk
heb ik nog nooit gezien. De radio is één van de allereerste "wekkerradio's". Als de wektijd
wordt bereikt, gaat de radio aan, en wordt je gewekt met de klank van een buizenradio!
Bij binnenkomst was al duidelijk dat de lak van de radio erg slecht was (zie foto 2). Een nieuwe lakbeurt was onvermijdelijk.
Maar eerst moest het toestel elektrisch in orde worden gemaakt. De radio zelf is van een eenvoudige opbouw (zie
foto's 3 en 4), zodat de reparatie vrij snel voltooid was. Even wat contacten reinigen, wat lekke condensators
van een nieuwe inhoud voorzien, en de radio speelde weer. De klok was echter een heel ander verhaal. De motorspoel
was onderbroken, waardoor de klok uiteraard defect was. De klok moest dus gedemonteerd worden (zie foto 5). Het
wikkeldraad op de spoel was van het zeer dunne type (apenhaar), en dus erg kwetsbaar. Netjes afwikkelen lukte mij
daarom niet, zodat het draad verloren ging. Omdat ik het ook niet aandurfde om opnieuw te gaan wikkelen met zulk
dun draad, heb ik besloten om (met het oog op dat het later altijd nog met het dunne draad kan) eerst met twee
maal dikker draad op te wikkelen. Voor dat wikkelen heb ik een provisorische wikkelmachine gebouwd. Daarvoor heb
ik een afgedankte naaimachine genomen, en daarvan het naaigedeelte met een haakse slijper er af gezaagd. Vervolgens
een wikkel-as er op gemonteerd, waarop het spoeltje gezet kon worden. Met de toerentalregeling van de naaimachine
is het dan eenvoudig om het spoeltje met beleid op te wikkelen. Daarna kon de klok weer in elkaar gezet worden
en kon er elektrisch getest worden. Bij het gebruik van twee maal dikker draad wordt de benodigde spanning wel
4 maal zo klein, dus de klok kan dan niet meer rechtstreeks op het net worden aangesloten. Ik heb dat opgelost
met een seriecondensator van 220 nF. Met die waarde bleek er ongeveer 60 volt over de klok over te blijven. De
klok loopt dan netjes zonder motorgeluid. Hiermee was de radio elektrisch weer in orde.
Nu was het de beurt aan de kast. Ik had intussen al twee kasten gedaan (Erres KY488 en Philips BX524A) en voelde
mij sterk genoeg om met een zeldzamere kast aan de slag te gaan. Het restaureren van de kast heeft echter uiteindelijk
drie jaar geduurd. De restauratie was een opeenstapeling van problemen en teleurstellingen. Maar uiteindelijk heb
ik er zeer veel van geleerd en beschouw ik deze radio dan ook als mijn privé-leraar voor kastrestauraties.
Het begon met het afbijten van de kast. Het afbijten zelf was geen probleem (zie foto 8), maar nadat de kast opgedroogd
was, merkte ik op dat er een vlekkerig patroon op de kast achtergebleven was (zie foto 9). Dit patroon lijkt wat
op een tijgervelletje. Ik had dat patroon ook al eens opgemerkt bij de restauratie van de BX524A (zie foto 10).
Omdat het patroon bij de BX524A uiteindelijk niet al te storend was ben ik toch begonnen met lakken. Helaas, bij
deze radio was het geen gezicht. Het "tijgervelletje" moest verdwijnen. De kast maar weer opnieuw afgebeten,
en proberen het patroon weg te schuren. Maar hoe hard ik het ook probeerde, het lukte niet. Uiteindelijk gebeurde
het onvermijdelijke en schuurde ik door het fineer heen. Daarmee was de kast definitief verpest. De radio verdween
voor een aantal maanden in de hoek.
Tijdens de "radiostilte" kwam ik informatie tegen over het fineren van meubels. Ik dacht meteen weer
aan de verpeste Goblin-kast en vatte weer moed om een poging te wagen met fineren. De Goblin was daarmee gepromoveerd
(of desgewenst gedegradeerd) tot fineer-oefenproject. Het vinden van fineer was echter minder makkelijk dan ik
dacht. De standaard houthandel en doe-het-zelfzaken bleken (op meubelkantstroken na) geen fineer in huis te hebben.
Ik was al van plan om het dan maar bij een fijnhouthandel te gaan proberen, toen ik bij een lokale DHZ-zaak rollen
fineer van het merk Maclean zag staan (foto 11). Deze rollen zijn voorzien van de bekende strijkijzerlijm, zodat
monteren erg eenvoudig leek. Dat wilde ik dus wel eens proberen. Op het oog leek de kleur eiken het beste bij de
radio te passen. Direct een rol gekocht en begonnen met fineren. Eerst de kast gestript van alle oude fineer en
toen mooi glad geschuurd. Vervolgens de delen fineer op de kast gelegd en volgens de gebruiksaanwijzing met de
strijkijzer aangebracht. Het aanbrengen was wel veel werk, maar ging verder eenvoudig mooi egaal. Echter, toen
ik begon met lakken viel de kleur erg tegen. Het paste gewoonweg niet bij deze radio. Toevallig stuitte ik op een
Engelse verzamelaar die een afbeelding van de radio in één of ander catalogus had:

"Mahogany"? Da's mahonie-hout. Weer naar de winkel om een rol mahoniefineer te halen. Alle eikenfineer
weer van de kast gestoken en vol goede moed begonnen met het nieuwe fineer. Het resultaat was bevredigend, maar
ik had een fout gemaakt. De "vlammen" in het fineer in de twee voorste randen wezen dezelfde kant op.
De symmetrie was daarom ver te zoeken. Teleurgesteld verdween de kast weer in de hoek. Intussen zag ik op de site
van Ramon Pool dat hij een identieke radio had, en dat hij er niet aan toe kwam om hem te restaureren. In een vervangende
originele kast had ik wel trek, dus heb ik de radio van Ramon overgenomen. Vol goede moed deze kast met staalwol
van lak ontdaan (intussen had ik afbijtmiddel in de ban gedaan). Helaas bleek er op een opvallende plaats in de
kast een beschadiging te zitten. Ik dacht dat die wel te maskeren zou zijn, maar wat ik ook probeerde (stiften,
kleurbeits, inleggen stukjes nieuwe fineer), de plek bleef zeer storend aanwezig. Ook deze kast verdween daarmee
voor een tijdje in de hoek. Intussen had ik besloten om toch maar weer een poging te wagen met doe eerste kast.
Het mislukte deel fineer verwijderd, en daarna een beter passend stuk terug geplaatst. Nu werd het weer tijd om
af te lakken. Helaas was het al weer winter, en lakken doe ik het liefst 's zomers in de buitenlucht. Maar weer
een half jaartje wachten. Uiteindelijk in deze zomer (2004) is het toch gelukt om de kast af te maken (foto's 12,13,
en 14). Na het polijsten kon het chassis eindelijk weer in de kast worden geplaatst. Nog een laatste poetsbeurt
en de radio kon een ereplaatsje krijgen boven mijn werkbank...
Otto Tuil, 17 november 2004 |

Foto 2: Radio voor restauratie
 
Foto's 3 & 4: Het chassis

Foto 5: Gedemonteerde klok

Foto 6: Provisorische wikkelmachine

Foto 7: Detail van het chassis met klokcondensator

Foto 8: Kast na afbijtbehandeling

Foto 9: "Tijgervelletje"

Foto 10: BX524A "Tijgervelletje" na lakbeurt

Foto 11: Echt houtfineer

Foto 12: Laatste schuurbeurt

Foto 13: Klaar om te polijsten

Foto 14: Gepolijst en gereed voor het inkasten |